De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.

Eikenprocessierupsen in Limburg

woensdag, 22 mei 2019

Eikenprocessierupsen: hoe groot is de hinder, en wat gebeurt er nu én in de toekomst om de overlast in Limburg te beperken?

Ook dit jaar brengt de lente eikenprocessierupsen met zich mee. Hoewel de eikenprocessierups vroeger maar eens om de 25 jaar te gast was in Limburg, spreken we sinds het jaar 2007 van een plaag in bepaalde gebieden. De rupsen kunnen voor jeuk en andere klachten zorgen. Daarom zetten de Limburgse gemeentes en de provincie in op (preventieve) bestrijding van de rupsen in woon- en recreatiegebieden.

Opmars naar het noorden

Vroeger leefden de eikenprocessievlinders voornamelijk in Zuid- en Midden-Europa, tot in onze streken. De laatste jaren zien we een opmars naar het noorden. Waar Noordoost-Limburg vroeger de noordgrens van het verspreidingsgebied was, zijn de eikenprocessievlinders – en dus ook de rupsen – de voorbije jaren opgerukt tot het noorden van Nederland, en zelfs tot Hamburg en Londen. Vermoedelijk hebben de droge en warme zomers hiermee te maken.

In onze contreien leven bovendien weinig natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups, waardoor hun aantal snel kan toenemen. Vooral in laanbomen en andere niet-natuurlijke situaties lijken de natuurlijke vijanden zoals de grote poppenrover en bepaalde soorten sluipwespen en sluipvliegen minder voor te komen. De meeste processierupsen komen we dus tegen in onze leefomgeving.

In Limburg kan je de eikenprocessierups vooral tegenkomen in de Kempen.

Wat te doen bij jeuk en irritaties?

De rupsen vervellen zesmaal voor ze verpoppen. Vanaf het derde en het vierde vervellingsstadium in april of mei, kunnen de typische lange brandharen zorgen voor jeuk en irritaties van de ogen en luchtwegen. Deze brandharen hebben kleine weerhaakjes die gemakkelijk huid, ogen en luchtwegen binnendringen, en zo zorgen voor hinder.

Omdat de overlast enkel veroorzaakt wordt door de brandharen, kan je vooral in de maanden mei en juni last krijgen van jeuk. Maar hinder blijft het hele jaar door mogelijk, door de overgebleven brandharen in de nesten.

Vermijd daarom contact met de rupsen én hun nesten. Heb je toch last van een reactie op de brandharen? Over het algemeen verdwijnen de symptomen binnen enkele dagen tot weken. Om verdere verspreiding van de brandharen of een ontstekingsreactie tegen te gaan, kan je je huid best wassen met water en geïrriteerde ogen spoelen. Ben je pas in aanraking gekomen met een nest, dan kan je de haren snel verwijderen door de huid te strippen met plakband. Een zalf met goudsbloem of kamfer kan ook helpen om de jeuk te milderen.

Bestrijding in woon- en recreatiegebieden

Om de hinder voor inwoners tot een minimum te beperken, nemen de provincie en de gemeentes actie. Het provinciebestuur monitort de populaties eikenprocessierupsen in woon- en recreatiegebieden regelmatig en coördineert de bestrijding ervan. Afhankelijk van het stadium waarin de rupsen zich bevinden, nemen de gemeenten vervolgens aangepaste bestrijdingsacties.

Net zoals de voorbije jaren werd er deze lente op heel wat plaatsen een bacteriepreparaat rond de getroffen eikenbomen in woon- en recreatiegebieden verneveld. Dit preparaat maakt de eikenprocessierupsen ziek.

Het provinciebestuur maakte dit jaar 25.000 euro vrij om de gemeentes te ondersteunen bij de aankoop van het product.

Nood aan alternatieve bestrijding

Begin mei werd er gestart met de bestrijding. Omdat koud weer, veel zonlicht, regen en wind het effect van de behandeling met het bacteriepreparaat kunnen beïnvloeden, heeft de bestrijding niet altijd het gewenste effect. Andere bestrijdingstechnieken, zoals opzuigen of wegbranden, zijn niet preventief en bovendien erg arbeidsintensief. Een boom tweemaal behandelen per jaar, is economisch en ecologisch niet te verantwoorden.

Bovendien heeft het bestrijdingspreparaat dat nu gebruikt wordt, ook gevolgen voor andere insectensoorten. Een nieuwe, alternatieve aanpak is dus aangewezen.

Europese subsidie voor een duurzame aanpak

Daarom gaat het provinciebestuur samen met een aantal partners op zoek naar een alternatieve en duurzame bestrijding van de eikenprocessierupsen. Samen met de provincie Antwerpen, stad Sittard-Geleen, UHasselt, UAntwerpen, het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, en de Nederlandse provincies Noord-Brabant en Gelderland bereidt het provinciebestuur een Europees subsidiedossier voor (LIFE-project).

Bert Lambrechts, gedeputeerde van Milieu en Natuur: “Met onderzoek naar een aangepast bermbeheer, het plaatsen van nestkasten voor mezen en het uitzetten van grote poppenrovers, wil Limburg een pionier zijn in de duurzame bestrijding van de eikenprocessierups. Deze acties moeten zorgen voor een beter evenwicht tussen de eikenprocessierups en zijn natuurlijke vijanden. Begin juni dient het provinciebestuur het dossier in. Vorig jaar werd het dossier al een eerste keer ingediend. Het projectvoorstel werd positief beoordeeld, maar er waren nog een paar aandachtspunten. Ik heb er dan ook vertrouwen in dat we volgend jaar kunnen starten met de terreinonderzoeken.”